Prettige plaatsen collectief beheer van openbare ontmoetingsruimte
Prettige plaatsen hebben goede overgangen tussen woning en straat, openbaar en privé. Er is ruimte voor spelende kinderen en spontane ontmoetingen tussen buren en bezoekers. Een stedenbouwkundige opzet met openbare ontmoetingsruimte, variatie en differentie in architectuur en woningtypes vormt de basis.
Betrokken bewoners bouwen mee aan functiemenging in betere buurten. De speelplaats, veranda of het binnenterrein worden de 'tweede woonkamer' of de Brink 2.0. Elke buurt krijgt een eigen identiteit, die bewoners bindt aan hun 'thuisgevoel', 'vakantiegevoel’ of ‘Jordaangevoel'.
Veel 'na-oorlogse' en ‘jaren zeventig' wijken staan op de nominatie voor herstructurering. Maar niet de buurten waar de bewoners het initiatief hebben genomen voor het beheer van straatgroen en openbare ruimte. Daar komen nieuwe brinken, waar mensen elkaar vertrouwen en kinderen veilig buiten spelen.
Collectief beheer van ontmoetingsruimte Bij veilig wonen denken mensen snel aan kastelen en hofjes. Besloten structuren, waar ’s nachts het hek dicht kan.
Maar de veiligheid van hekken en sloten is geen substituut voor vertrouwen in de buurt. Vertrouwen gedijt in een stedenbouwkundige structuur die voorziet in groene open plaatsen met een overzichtelijke schaal en een eigen identiteit, waar mensen elkaar spontaan ontmoeten en kinderen veilig buiten kunnen spelen.
Op deze plaatsen nemen de bewoners graag een deel van het beheer van de openbare ruimte op zich.

Woondomeinen rond een openbaar gebied zijn in Nederland meestal niet voorzien van een hek, zoals de ‘gated communities’ in de Verenigde Staten. In Nederland zijn de overgangen tussen openbaar en privé meestal ‘zacht’, door hoogteverschillen, water of parkachtige zones rond de woningen.
Nederland is ook het land van de brinken, de (gras)pleinen in de dorpskern waar bewoners en bezoekers elkaar kunnen ontmoeten voor een praatje bij de dorpspomp of op het terras van het café naast de kerk.
Volgens het model van de ‘veilige brink’ zijn vanaf 1970 veel ‘woonerven’ aangelegd. Maar bij de meeste woonerven schort het aan voorzieningen die spontane ontmoetingen op straat uitlokken. Met de snelle opkomst van de auto bleef er steeds minder plaats over voor spelende kinderen. En veel van de schaarse speelplaatsen werden het domein van oudere jongeren, op zoek naar een ‘hangplek’ of een voetbalveldje.
Tegenwoordig staan veel ‘jaren zeventig wijken’ op de nominatie voor herstructurering. Maar er zijn uitzonderingen. Dat zijn vooral wijken waarin de ontmoetingsmogelijkheden vanaf het begin in het programma zijn opgenomen.

Jordaangevoel
Als de openbare ruimte niet wordt ingenomen door voertuigen, kan het stadsleven zich op straat afspelen. De bewoners voelen zich ook thuis op de grenzen van openbaar en privé. Zij spreken dan vaak van ‘onze tweede woonkamer’ of het ‘Jordaangevoel’. Daarbij maakt ook de kleinste woning deel uit van een ruime buurtbeleving.
Juist bij de hoge dichtheid en de drukke verkeersstromen van een (binnen)stad is veel aandacht nodig voor groen op straat. Prettige plaatsen voor voetgangers, waar niemand zich buitengesloten voelt. Want als de bewoners elkaar buiten weten te vinden, neemt ook de tolerantie en ruimte voor bezoekers en nieuwkomers toe.

Spelenderwijs ontmoeten
Een Brink 2.0 is niet zomaar een pleintje met een pomp, maar is vooral een plaats waar mensen elkaar ontmoeten. Een plaats waar kinderen van alle leeftijden buiten spelen, in een buurt waar de bewoners intensief betrokken zijn bij het ‘groen op straat’. In Enschede wordt daarom een complete wijk getransformeerd door de bewoners budget te geven waarmee zij de bestaande brinken uniek maken. Elke brink krijgt een eigen thema, en een eigen identiteit.
In de provincie Drenthe is een methodiek ontwikkeld voor dorpsuitbreiding met de schaal en de systematiek van een brink, als alternatief voor de gevreesde ‘witte schimmel’.
In groeikernen, zoals Leusden, zijn complete wijken opgezet als 'neighborhood unit', met collectief beheer van groen en wijkvoorzieningen. En in het Arnhemse Spijkerkwartier hebben de bewoners de stadstuinen en het straatgroen zelf aangelegd. Zo werd het vanzelfsprekend dat zij het veertig jaar later nog steeds zelf beheren. Zo kan het dus ook: de bewoners initiëren, de gemeente participeert.

Groenste stad van Nederland
Rapport nr 18 (ISBN 9789054720553) verschijnt in de Maand van de Filosofie (thema: goed leven in de hectische stad) en gaat over de volgende personen, projecten en plaatsen. Het rapport wordt gepresenteerd bij de opening van de eerste Unieke Brink in Enschede Zuid en op de NIROV studiedag Betere Buurten.
Groenste Stad van NederlandJury Entente Florale Groenste Stad ArnhemPauline Krikke Jeanet Hacquebord Arnhem
In juni bezocht de jury van Entente Florale voor de verkiezing van de Groenste Stad van Nederland o.a. de Watertuin in Arnhem. Na afloop kreeg de jury van burgemeester Pauline Krikke, wethouder Cees Jansen en Groengroep coördinator Loet van Moll het rapport mee.
Op 8 oktober 2008 maakte de jury bekend dat Arnhem zich met de vele groene gezichten Groenste Stad van Nederland mag noemen. "De jury waardeert de grote betrokkenheid van de Arnhemmers bij het open­baar groen. Bewonersparticipatie staat hoog in het vaandel, dat heb­ben wij ervaren”. En even later kondigde Minister Verburg aan dat er ook budget was voor het groen in Spijkerbroek, het plan van de bewoners voor de zone tussen het Spijkerkwartier en 'Vogelaarwijk' Het Broek.
Rapport nr 18 is een aanvulling op rapport nr 13 (Beter voor de buurt) en nr 6 (Sociaal kapitaal, betrokken bewoners bouwen betere buurten). ISSN 1573-9902.
Wethouder Wallinga WIR18WIR18 Unieke Brink
Ook in Enschede werd Prettige plaatsen goed ontvangen. Tijdens de opening van de Unieke Brink overhandigde wethouder Wallinga de eerste exemplaren van het rapport aan de bewoners.

vraag:
bedrijf/organisatie:
functie:
naam: *
 
de heer mevrouw  *
adres:
postcode/woonplaats:
telefoon: *
email: *
 






© namg

terug | print